Kort verhaal
De lijnen in zijn huid zijn dieper geworden, zijn haar grijzer en dunner. Hij lijkt tien kilo zwaarder dan eerst, heeft een beginnend buikje dat hij verbergt onder een ecru, lamswollen vest. David droeg nooit dat soort vesten, net zo min als broeken van corduroy. Hij is oud geworden, en hij doet niks om dat te verbergen. Sterker nog, hij wil dat ik het zie. Hij wil dat ik de jaren af kan lezen van zijn gezicht. Ik glimlach en kijk naar zijn ogen. Die zijn nog hetzelfde. Vertrouwd.
'Je hebt het gedaan,' fluister ik.
Hij knikt. 'Natuurlijk heb ik het gedaan. Voor jou doe ik alles.'
'Krijg je geen spijt?'
'Spijt?' David schudt zijn hoofd. 'Nooit.'
'Hoe heb je je tijd doorgebracht? Heb je er wel iets van kunnen maken of heb je alleen de uren voorbij zitten kijken?'
'Ik heb veel geslapen. Dat heb ik in de afgelopen jaren veel te weinig gedaan. En ik heb gelezen. Heel veel gelezen.' David glimlacht. 'Ik heb zo'n beetje alle boeken uit die ik kon vinden, en dat waren er behoorlijk wat. Eerst romans. Toen non-fictie. Ik wist niet dat er zoveel interessante onderwerpen bestonden. Zoveel waar ik me nooit in heb verdiept, en waar ik me ook nooit in had verdiept als dit niet was gebeurd.'
'Heb je ook gereisd?
'Nee. Reizen kostte teveel tijd, ik wilde niet dat je lang op mij zou hoeven wachten. Bovendien was er toch geen plek waar ik zonder jou naartoe wilde.'
Ik heb de halve wereld gezien zonder hem, zonder enige aarzeling. En ik heb er van genoten. Waarom ben ik niet wat meer zoals hij?
Niet schuldig voelen. Niet meer aan denken. Het is gegaan zoals het is gegaan, het is goed zo.
'We kunnen gaan en staan waar we willen.'
'Ik weet het.' David pakt mijn hand en helpt me voorzichtig overeind. 'Kom. We gaan je spullen pakken.'
Eerder
Ik kijk opzij naar mijn vriend. Hij kijkt verslagen voor zich uit en stamelt iets onverstaanbaars, terwijl zijn hand op de tast de mijne zoekt. De arts, die ons net het nieuws heeft gebracht, kijkt discreet van ons weg.
'Weet u het echt zeker?' vraagt David nog een keer. 'Dit kan toch niet kloppen?'
'De uitslagen van de onderzoeken liegen er niet om. En we zien de klachten bij mevrouw. Natuurlijk komt het wel eens voor dat er fouten worden gemaakt, dat er iets niet klopt, maar in dit geval is er eigenlijk geen twijfel over mogelijk.'
'Maar op haar leeftijd! Ze is achtendertig, ze heeft altijd gezond geleefd. Hoe kan haar lijf haar zo in de steek laten?'
De arts aarzelt even, zoekt naar de juiste woorden en leunt naar voren. 'Meneer, eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat we zelf ook voor een raadsel staan. Het enige wat we kunnen doen, is mevrouw de komende weken nog verder onderzoeken in de hoop dat we een oorzaak vinden, en belangrijker nog, een manier om dit proces te vertragen. Want als we daar niet in slagen...'
Hij maakt zijn zin niet af. We weten alle drie wat hij bedoelt.
Maar alleen ik weet de waarheid. Ik weet waarom ik aan het aftakelen ben in zo'n onverklaarbaar rap tempo. Want dat is wat er aan de hand is, al zal geen enkele arts het op die manier verwoorden. Maar ik weet dat het zo is. Ik weet het al heel lang. Ik weet ook hoe het komt, ik weet dat ik het niet terug kan draaien, maar dat ik het wel af kan remmen. Ik weet het precies. Maar dat kan ik deze arts niet vertellen. Hij zou me voor gek verklaren. Als ik het zou zeggen, zou ik waarschijnlijk bij de eerste de beste gelegenheid mijn bed op de hartbewaking verruilen voor een plekje op de psychiatrische afdeling. Ik kan het met niemand bespreken.
De arts knikt nog een keer beleefd naar ons, pakt de map met uitslagen en gaat verder met zijn rondje. Verder met zijn werk.
David kijkt me aan. De wanhoop in zijn ogen is nog erger geworden.
'Ik snap het gewoon niet,' zegt hij nog eens. 'Ik snap het gewoon echt niet.'
Ik knijp in zijn hand. 'Het komt wel goed, schat, echt.'
'Hoe kan je dat nou zeggen?' Zijn stem slaat over. 'Je hebt de arts toch gehoord? Als er niet snel iets gebeurt dan gaat het mis. Ik wil je niet kwijt, verdomme. Ik wil niet zonder je.'
'Misschien is dat wel beter,' zeg ik zacht. 'Misschien is het beter als je iemand anders zoekt. Jij hebt hier niet om gevraagd.'
'Hou op. Ik wil dit niet horen. Ik voor- en tegenspoed, weet je nog? Jij hebt hier ook niet om gevraagd. En het maakt mij allemaal niks uit. Ik hou van je zoals je bent. Jij hebt hier óók niet om gevraagd.'
'Hoe weet je dat?' vraag ik met mijn ogen dicht. 'Hoe weet je nou dat ik hier niet om gevraagd heb?'
'Niemand vraagt om dit soort dingen. En jij al helemaal niet. Je hebt altijd zo bewust geleefd, nooit risico's genomen. Je verdient dit gewoon niet. Je bent zo geweldig, zo prachtig...'
Ik kijk omhoog naar mijn vriend. Naar zijn tranen, naar de liefde in zijn blik. Híj verdient dit niet. Al die angst, al die ongerustheid. Hij moet de waarheid weten. Dan verklaart hij me maar voor gek, maar dan heb ik het tenminste verteld. En dan kan hij een keuze maken of hij het dubbelleven dat ik de afgelopen jaren heb geleid kan accepteren of niet.
'David?' vraag ik. 'Herinner je je nog dat spiegeltje dat ik jaren geleden heb gekocht op die markt in Egypte? Dat spiegeltje dat ik altijd bij me heb?'
'Waar heb je het over?' David staart me verbijsterd aan. 'We hebben net verschrikkelijk nieuws gehad, wat kan mij dat spiegeltje schelen? Dat is nu toch totaal niet belangrijk?'
'Het is wel belangrijk,' zeg ik met alle overtuigingskracht die ik in mijn zwakke stem kan leggen op dit moment. 'Het is echt belangrijk. Ik moet je iets vertellen. Over het spiegeltje. En over mij.'
Ik ontdekte het geheim van het spiegeltje op een regenachtige herfstochtend in het derde jaar van mijn studie. Het spiegeltje zelf had tot op dat moment ongebruikt in mijn tas gezeten. Ik had het een paar weken daarvoor gekocht op een bazar in Luxor zonder te weten wat ik er precies mee wilde doen. Het kon een souvenir zijn voor mijn moeder of voor een vriendin of ik zou het zelf houden voor mijn speciale herinneringenkist, waar ik stenen, schelpen, kleine flesjes spierwit zand en vreemde munten in bewaarde, van elk land dat we bezochten weer iets anders. Ik kende David toen drie jaar, hij studeerde culturele antropologie en hij had me aangestoken met zijn reiskoorts.
Hoe dan ook, er zat een barst in mijn andere make-upspiegeltje en dus klapte ik het kleine, gouden zakspiegeltje uit Luxor die ochtend voor de eerste keer open en nietsvermoedend maakte ik me op. Toen ik me omdraaide naar David, kreeg ik de schrik van mijn leven. Hij zat op mijn slaapbankje, volledig bewegingsloos, met een lege blik in zijn ogen, zijn studieboek nog in zijn handen. Geen hartslag. Geen ademhaling. Ik greep de telefoon, maar ik kreeg geen gehoor en volkomen in paniek rende ik naar buiten om iemand te halen. Daar, op de stoep voor mijn huis, zag ik het meest bizarre schouwspel dat ik ooit had gezien.
Bussen stonden stil. Auto's stonden stil. De mensen leken bevroren te zijn, als wassen beelden in Madame Tussaud. De regen was gestopt met vallen. Er was geen enkel geluid. Geen enkele beweging. Nog geen takje in de wind.
Een moment lang geloofde ik dat de hele wereld daar was gestopt. Dat ik zelf ook was opgehouden met leven, maar dat ik me daar op de een of andere manier nog niet bewust van was. Toen, in een onverwacht moment van helderheid, pakte ik het spiegeltje, dat ik achteloos op bed had laten liggen. Langzaam klapte ik het dicht. Meteen voelde ik een windvlaag door het open raam. De klok begon weer te tikken, het verkeer kwam weer in beweging.
'Moet jij niet naar college?' vroeg David opgewekt en hij sloeg de bladzijde van zijn studieboek om. 'Ik dacht dat je om negen uur moest beginnen.'
'Heb jij net iets raars gemerkt?' Ik probeerde zo luchtig mogelijk te klinken, maar mijn stem trilde.
'Dat het alweer is gaan regenen?' David lachte. 'Verder niks, eigenlijk.'
Ik haalde diep adem, klapte het spiegeltje weer open en keek mezelf recht in mijn ogen. Daarna keek ik naar David. Hij zat nog in dezelfde houding, de bladzijde van zijn boek tussen zijn vingers, de lach nog op zijn gezicht. Ik klapte het spiegeltje weer dicht.
'Merk je nog steeds niks?'
'Dat jij hier nog steeds staat, terwijl het al drie minuten voor negen is. Of heb ik soms iets over het hoofd gezien? Ben je naar de kapper geweest? Of heb je een nieuwe blouse?'
'Nee. Laat maar. Het is niet belangrijk.' Ik boog voorover, gaf hem een kus en pakte mijn tas. Het spiegeltje hield ik stevig in mijn hand geklemd.
Vanaf dat moment wist ik hoe het werkte. En toen ik het eenmaal nog een paar keer had geprobeerd en had gemerkt dat de wereld gewoon verder ging met draaien op het moment dat ik het spiegeltje dichtklapte, durfde ik het ook steeds vaker te proberen. Ik begon het nut ervan in te zien. Een paar uur extra om een tentamen te leren of een essay te maken. Een minuut voor het begin van college wegfietsen en toch op tijd komen. 's Ochtends nog even blijven liggen als ik het de avond ervoor te laat had gemaakt. Ik heb zoveel geslapen in die tijd.
Later begon ik nog creatiever te worden. Ik maakte in mijn eentje reizen naar bestemmingen waar ik tot op dat moment alleen nog van kon dromen. Op Schiphol wandelde ik zo door de douane en zocht een lege stoel in een vliegtuig dat op het punt stond te vertrekken. Ik sliep in de duurste hotels, kwam op plekken waar niemand anders kwam. Soms propte ik een reis van drie weken in een dag of twee en zei tegen David dat ik moest leren voor een tentamen. Op die manier heb ik in mijn eentje de hele wereld rondgereisd. Ik heb gratis gegeten en gedronken, soms spullen meegenomen uit winkels zonder te betalen. Gelukkig heb ik ook een paar keer een leven gered doordat ik precies op het goede moment op de goede plek was, daar zal ik verder niet te diep op ingaan, want ik wil mezelf niet heldhaftiger voordoen dan ik ben. In de meeste gevallen gebruikte ik het spiegeltje voor mezelf en ik genoot van de vrijheid die het me gaf. Ik ben er niet trots op, maar ik kan er weinig anders van maken.
Ik verheugde me ontzettend op het ouderschap, want het spiegeltje zou alles vele malen makkelijker maken. Ondanks alle gebroken nachten - die ik natuurlijk allemaal voor mijn rekening zou nemen - zou ik altijd uitgerust en vrolijk zijn. Ik zou elke dag vers koken met groente uit eigen tuin, het huis zou altijd aan kant zijn, ik zou hard werken en toch nooit op het laatste nippertje het kinderdagverblijf binnen komen rennen. Mensen zouden zich afvragen hoe ik dat nou allemaal voor elkaar kreeg zonder een spoortje vermoeidheid. Ik zou een voorbeeld zijn voor andere moeders.
Maar zo ver kwam het niet.
We probeerden het drie maanden. Een half jaar. Anderhalf jaar. Temperaturen leverde niks op. Ovulatietesten leken niet te werken. Mijn menstruatie bleef steeds vaker uit, ik kreeg vage klachten, maar ook valse hoop en uiteindelijk kwamen we in de medische molen terecht. Ik kreeg medicijnen voorgeschreven die een eisprong moesten opwekken, maar niks hielp. Ik werd opnieuw onderzocht.
En toen kwam de uitslag die alle hoop onderuit haalde. Ik was vervroegd in de overgang geraakt. Het hele proces was al zo ver, dat zwanger raken voor mij volledig uitgesloten was. Ik was, zoals de gynaecoloog het formuleerde, net zo onvruchtbaar als een vrouw van vijftig.
Toen wist ik het.
Toen wist ik wat er was gebeurd.
Opeens zag ik het aan alles. De rimpels rond mijn ogen. De aders op mijn handen. Mijn haar, dat steeds futlozer werd. Mijn borsten, die steeds meer waren gaan hangen.
Ik gooide het spiegeltje onderin een la, ik zwoor het nooit meer te gebruiken. Maar mijn kinderloosheid bracht een leegte teweeg die me bijna gek maakte. Ik stortte me op mijn werk, ik moest en zou hogerop komen, zo snel mogelijk carrière maken om het gat op te vullen. Heel langzaam sloop het gebruik van het spiegeltje er weer in. Een uurtje extra om me voor te bereiden op een presentatie. Overwerken en toch uit eten kunnen met David. Even wat langer slapen om uitgerust op mijn werk te verschijnen. Na werktijd een paar uur sporten om tegen beter weten te zorgen dat ik zo strak mogelijk bleef. Ik joeg de jaren er doorheen en tegelijkertijd probeerde ik alles te doen om te veroudering te stoppen. Op den duur trainde ik me suf, ik verfde mijn haren iedere dag, liet botox inspuiten en mijn borsten liften. Maar ik kon niet alles tegenhouden. Aan de binnenkant van mijn lijf raasden de jaren ongestoord door. Ik kreeg nog meer vage klachten. Mijn gewrichten werden stijf, mijn spieren gingen steeds meer pijn doen. Ik was moe, ging slechter zien en kon niet meer de trap op zonder buiten adem te raken.
En toen kwam de klap. Het ene moment was ik aan het vergaderen op mijn werk, het volgende moment was hert zwart om me heen. Toen het licht weer aan ging, lag ik in een ziekenhuisbed met een huilende David naast het hoofdeinde en een arts die me vertelde dat de ambulance geen seconde later had moeten komen.
In de dagen daarop hebben ze me volkomen binnenstebuiten gekeerd. Maar de artsen vonden niet de verklaring waar ze naar op zoek waren. In tegendeel. Het leverde alleen maar nieuwe vragen op.
En ik, ik was de enige die wist hoe het zat.
'Nu weet jij het ook,' zeg ik zachtjes. 'Nu weet je alles.'
'Maar dit kan niet.' David veegt zijn tranen weg en schudt zijn hoofd. 'Dit kan niet.'
'Het is zo,' zweer ik en ik wil zijn hand nog steviger vastpakken, maar hij trekt zich opeens ruw los en begint heen en weer te lopen. Zijn voetstappen klinken hol en hard in de kale ziekenhuiskamer.
'Het kan niet,' herhaalt hij. 'Het kan gewoon niet. Zoiets is fysiek onmogelijk. Volslagen gestoord.' Vertwijfeld kijkt hij me aan, alsof hij me smeekt mijn woorden terug te nemen. Hij gelooft me echt niet. Ik zie het aan zijn ogen. Hij is bang. Bang dat ik in de war ben. Dat ik, naast al het andere, ook nog dement begin te worden.
Voorzichtig draai ik me om naar mijn nachtkastje, reik naar mijn tas en zoek op de tast het spiegeltje. Ik geef het aan David. Hij deinst terug als hij ziet wat ik vasthoud, alsof het een gifslang is.
'Hier,' zeg ik rustig. 'Probeer het maar.'
'Anke...'
'Toe maar. Klap het maar open, ervaar het zelf. Als je me dan nog niet gelooft, zal ik mijn woorden terugnemen.'
Aarzelend steekt hij zijn hand uit. Heel langzaam klapt hij het spiegeltje open en tuurt erin.
Het volgende moment staat hij in de deuropening, wit weggetrokken, het spiegeltje weer dichtgeklapt in zijn hand.
'Ik geloof niet niet,' stamelt hij. 'Ik geloof het nog steeds niet. Dit bestaat gewoon niet.'
'Je hebt het net gezien.'
Langzaam schudt hij zijn hoofd. Hij staart van het spiegeltje in zijn hand naar mij. 'Al die jaren... en ik wist van niks.'
'Het spijt me. Ik had je in vertrouwen moeten nemen. En ik begrijp het als je me niet meer wil zien.' Ik zucht. 'Misschien is het sowieso maar beter als we allebei onze eigen weg gaan.'
'O, nee.' In een paar stappen is hij bij me. 'Ik wil niet zonder jou. Nooit.'
'Ik ook niet zonder jou, maar kijk nou naar ons. Kijk naar mij. Naast jou ben ik een oude bes. Ik kan je niet meer bijbenen. Je zult altijd rekening moeten houden met mijn beperkingen. Met mijn tempo.'
'Dat kan me niks schelen.'
'Mij wel. Jij bent nog in de kracht van je leven. Ik heb die tijd al achter me liggen, door mijn eigen domme schuld. Daar kan ik jou niet voor op laten draaien. Je moet me beloven dat je een vrouw zoekt die nog net zo jong en sterk is als jij. Eentje die je een kind kan geven. Die nog alles kan, die je geeft wat je verdient. Ik meen het, David. Ik kan je dit niet aandoen. Als jij niet bij mij weggaat, ga ik weg bij jou.'
'En jij dan?' fluistert David. 'Ga je dan een oude man zoeken die mijn plek inneemt? Zul je daar gelukkig mee worden?'
'Niemand zal ooit jouw plek in kunnen nemen. Of zelfs maar aan je kunnen tippen. Dan blijf ik nog liever alleen.'
'Maar wat als dat wel kan? Wat als ik oud zou zijn, net als jij? Zou je dan blijven?'
Ik kijk hem in zijn ogen en langzaam begint me duidelijk te worden wat hij van plan is. Geschrokken begin ik nee te schudden.
'David, dat kan je niet doen.' Ik wil het spiegeltje uit zijn handen pakken, maar hij is me te vlug af en loopt naar de deur.
'Ik wil je niet kwijt. Als dit is wat ik ervoor moet doen, dan is het maar zo.'
Paniek. Ik moet hem tegenhouden, dit kan ik hem niet laten doen. Maar we weten allebei dat ik te langzaam ben. Dat ik met mijn vermoeide lijf uit dit ziekenhuisbed moet zien te komen en meters moet overbruggen, terwijl hij maar een fractie van een seconde nodig heeft om te doen wat hij moet doen.
Ik laat me achterover in de kussens zakken en kijk toe hoe hij de spiegel openklapt.




